Basisprincipes voor wolfwerende afrastering

Om de afrasteringen op de juiste manier te ontwerpen, te plaatsen en te onderhouden is het belangrijk eerst inzicht te hebben in de manier waarop een wolf een afrastering kan overwinnen. Omdat een wolf altijd langs een afrastering loopt om te onderzoeken of er een zwak punt is, moet u rekening houden met het volgende:

  • Onderdoor kruipen of graven
    Een wolf heeft een sterke neiging om ergens onderdoor te kruipen. Als dat niet direct lukt kan hij ook gaan graven.
  •  Doorheen gaan
    Een opening in een hek van 20 cm kan voor een wolf groot genoeg zijn om doorheen te gaan.
  •  Overheen klimmen
    Een wolf is goed in staat om over een hoog hekwerk heen te klauteren.
  •  Overheen springen
    Hoewel de wolf er fysiek toe in staat is, heeft hij van nature nauwelijks de neiging om ergens overheen te springen. Alleen als een wolf dit geleerd heeft zal hij springen.
  •  Gevoelig voor elektrische stroom
    Wolven zijn gevoelig voor elektriciteit. Als een wolf een keer een flinke elektrische schok heeft gehad, zal hij met deze leerervaring niet snel opnieuw een elektrische afrastering aanraken. Omdat wolven gevoelig zijn voor elektriciteit is een goede afrastering met stroom(-draden) daarom heel effectief. Hierbij moet rekening worden gehouden met het feit dat wolven vooral in de nachtelijke periode actief zijn én op het moment dat schapen onbewaakt in het veld zijn.

Minimale normen van wolfwerende rasters

Rasters zijn een zeer effectieve manier om een wolf te weren van een landbouwperceel waar bijvoorbeeld schapen worden geweid. Voor rasters die gebruikt worden om schapenweides af te rasteren hanteert BIJ12 onderstaande normen:

  • Vaste afrastering
  • Stroomdraden

Een stroomdraad is zeer geschikt om wolven te weren. De stroomdraden geven een stroomschok bij contact. Dit wordt door de wolf als zeer onaangenaam ervaren, waardoor hij/zij een volgende poging zal vermijden. Stroomdraden zijn goedkoper dan een combinatie van gaas en stroomdraden. Bovendien zijn ze eenvoudiger te plaatsen en te verplaatsen. Wel vragen ze om meer toezicht en onderhoud. De stroomdraadapparaten zijn bovendien diefstalgevoelig. Ook is het belangrijk dat de draden geen contact maken met de ondergrond of vegetatie om de stroomgeleiding te waarborgen.


Normen voor vaste afrastering met stroomdraden

  • Minimaal 4.5 kV elektrische spanning; minimaal 1,5 joule impulsenergie.
  • Minimaal 5 draden bij nieuwe stroomdraden en/of poorten.
  • Verdeling van de draden:
    • Onderste draad maximaal op 20 cm hoogte vanaf de grond.
    • Bovenste draad minimaal 120 cm hoogte vanaf de grond.
    • Tussen draden op 40, 60, 90 cm hoogte vanaf de grond.
  • Draden dienen aan de buitenzijde van het raster geplaatst te zijn.
  • De afwijking voor de draden mag niet meer dan vijf cm zijn.
  • Er mag geen opstapmogelijkheid zijn die groter is dan 30 cm buiten het raster op een afstand van twee meter.
  • Maximale afstand tussen de palen is 10 meter.

Figuur 1 - Vaste afrastering met stroomdraden 

Overige suggesties

Het spreekt voor zich dat de rasterpalen van goede kwaliteit dienen te zijn. Hieronder een suggestie welke afmetingen deze palen zouden kunnen hebben:

  • Rasterpalen: 2,00 tot 3,00 meter lang, diameter 10/12 cm.
  • Hoek- en schoorpalen: 3,50 meter lang, diameter 12/14 cm.
  • Gebruik bij bochten en hoeken een steunpaal om de draden strak te houden.
  • Ten overvloede: bij toegangspoorten gelden, afhankelijk van de uitvoering, dezelfde eisen als voor de afrastering zelf.
  • Gebruik de middelste draad als aardedraad.
  • Om overal voldoende spanning op de draden te houden kan bij grotere percelen een hogere impulsenergie nodig zijn.

Plaats op 1,20 meter hoogte eventueel extra schriklint zonder stroom als extra optische barrière.


Normen voor vaste afrastering van gaas en stroomdraden

  • Minimaal 4.5 kV elektrische spanning; minimaal 1,5 joule impulsenergie.
  • Minimaal 3 draden bij gaas en/of bestaande dichte poorten.
  • Verdeling van de draden:
    • Onderste draad maximaal op 20 cm vanaf de grond.
    • Bovenste draad minimaal 120 cm hoogte vanaf de grond.
    • Tussen draden op 40 tot 60 cm hoogte vanaf de grond.
  • Draden dienen aan de buitenzijde van het raster geplaatst te zijn.
  • Er mag geen opstapmogelijkheid zijn die groter is dan 30 cm buiten het raster op een afstand van twee meter.
  • Maximale afstand tussen de palen is zodanig dat het gaas stevig staat (4 – 6 meter).

Figuur 2 - Vaste afrastering van gaas met stroomdraden

Overige suggesties

  • Gebruik gepuntlast verzinkt gaas: zwaar vierkant vlechtwerk van 1,20 m bijvoorbeeld zwaartype 120.
  • Het spreekt voor zich: maar het gaas dient géén gaten te hebben.
  • De rasterpalen dienen van goede kwaliteit te zijn. Hieronder vindt u een suggestie voor de afmetingen. Behalve houten palen, kunt u ook kunststofpalen of insultimber gebruiken.
  • Rasterpalen: minimaal 1,80 meter lang, diameter 10/12 cm.
  • Hoek- en schoorpalen: ca. 2,50 meter lang, diameter 12/14 cm

Verplaatsbare afrastering - Stroomdraad, flexinet of flexinet met stroomdraad

Een verplaatsbare afrastering met gaas (al dan niet met stroomdraad) blijkt een goed toepasbare en effectieve methode om wolven van landbouwpercelen te weren. De werking is hetzelfde als bij een vaste afrastering met stroomdraad. U kunt de flexinetten na enige oefening vrij simpel aanbrengen en opruimen. Het flexinet met stroomdraad vraagt net zoals een vaste afrastering met stroomdraad meer toezicht en onderhoud.

Schrikapparaten op 220 V kunnen een grotere lengte onder spanning houden dan apparaten op accu’s. Daarbij zijn accu’s op zonnecellen bedrijfszekerder dan losse accu’s. Op plekken die vaak overstromen of waar de bodem vaak nat is, kan ook een soort rubberen stroomdraad gebruikt worden. Deze blijft ook onder zeer natte omstan­digheden bij beroering een schok afgeven en verliest geen stroom.


Normen voor verplaatsbare afrastering of flexinet, al dan niet met stroomdraad

  • Minimaal 4.5 kV elektrische spanning; minimaal 1,5 joule impulsenergie.
  • Stevige en strakke opstelling: de hoeken dienen daarbij geschoren te zijn.
  • Er mag geen opstapmogelijkheid zijn die groter is dan 30 cm buiten het raster op een afstand van twee meter.

Figuur 3 - Verplaatsbare afrastering flexinet

Figuur 4 - Verplaatsbare afrastering flexinet met stroomdraad


Normen voor verplaatsbaar raster met stroomdraden

  • Minimaal 4.5 kV elektrische spanning; minimaal 1,5 joule impulsenergie.
  • Minimaal 5 draden.
  • Verdeling van de draden:
    • Onderste draad maximaal op 20 cm hoogte vanaf de grond.
    • Bovenste draad minimaal 120 cm hoogte vanaf de grond.
    • Tussen draden op 40, 60, 90 cm hoogte vanaf de grond.
  • Draden dienen aan de buitenzijde van het raster geplaatst te zijn.
  • De afwijking voor de draden mag niet meer dan 5 cm zijn.
  • Er mag geen opstapmogelijkheid zijn die groter is dan 30 cm buiten het raster op een afstand van 2 meter.
  • Maximale afstand tussen de palen is 10 meter.

Figuur 5 - Verplaatsbare afrastering met draden.

Overige suggesties

Het is aan te bevelen de onderste draad 20 cm boven de grond te plaatsen, zodat deze vrij ligt en geen contact maakt met begroeiing. Ook is het aan te raden, waar nodig en mogelijk, de strook onder de stroomdraad vooraf te maaien. Plaats het raster, indien mogelijk, ook zo vlak mogelijk boven de ondergrond. Dit zorgt voor minder stroomverlies, waardoor de minimale spanning van 4,5 kV gehaald wordt en de accu niet te snel leeg raakt.

Voor goede en regelmatige aarding is het aan te raden bij elke koppeling van netrollen (50 meter) een koppeling aarde te maken. Bij bochten en hoeken is het handig om een steunpaal te gebruiken. Eventueel kan bovenlangs nog een schriklint geplaatst worden als extra optische barrière.

Bovenstaande tekst over afrasteringen is mede tot stand gekomen met dank aan Stichting Wolf-Fencing Nederland.


Overige aandachtspunten

Verbetering bestaande rasters

Soms is al een raster aanwezig. Dan zal per geval bekeken moeten worden hoe dit kan worden aangepast zodat dit ook als ‘wolfwerende’ afrastering kan functioneren.


Schapenweides

Voor gaasrasters die gebruikt worden om schapenweides af te rasteren moeten nog stroomdraden worden toegevoegd om het raster wolfwerend te maken. De raster zijn namelijk vaak nog te laag (90 cm). Aan bestaande gaasrasters voor schapenweides moeten minimaal 3 elektrische draden toegevoegd worden. Zie hiervoor ook de eisen die gesteld worden aan een vaste afrastering met stroomdraad.

De toevoeging van een of twee extra schrikdraden voor een bestaand gaasraster verhoogt de effectiviteit. Deze draden staan op 20 centimeter van de bodem en op wolvenneushoogte (ongeveer 60 centimeter hoog). Een extra schrikdraad boven het gaasraster voorkomt dat wolven over het raster heen klimmen.


Speciale aandacht voor sloten, greppels en toegangshekken

Bij alle soorten rasters moet rekening gehouden worden met het feit dat sloten en greppels of andere oneffenheden die het raster kruisen, ook afgedekt of uitgerasterd worden. Dit is van belang omdat wolven eerder geneigd zijn om onder afrastering door te gaan dan erover heen te klimmen of springen. Oneffenheden kunnen bedekt worden door onder andere een kabel met omlaag hangende kettingen. Dit is een visuele bescherming die in de praktijk effectief bleek. Dit geldt ook voor toegangspoorten tot het weiland. Deze moeten een gelijkwaardig beschermingsniveau bieden als de raster zelf. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor sloten. Wolven zijn goede zwemmers en eventueel bereid onder een barrière door te zwemmen. In die gevallen is een aparte voorziening (in het water zonder elektriciteit) nodig om de wolven ook daar te weren.


Vlaggen en linten

Vlaggen en linten worden veel toegepast om vogels en zoogdieren uit landbouwpercelen te weren. Voor de wolf kunt u fladderlinten (in Duitsland Lappzäune genoemd) gebruiken. Dit lint is gemaakt van lange rode stroken textiel. Fladderlinten kunt u alleen als tijdelijke maatregel gebruiken, na enkele weken raken de wolven eraan gewend. Fladderlinten zijn goed in te zetten als er snel gereageerd moet worden bij bijvoorbeeld een zwervende wolf. Het is een relatief goedkope maatregel als er acuut preventieve maatregelen getroffen moeten worden. Fladderlinten zijn in Nederland niet verkrijgbaar. Ze zijn wel in Duitsland te bestellen, waar ze gemaakt worden door Lebenshilfewerk Kreis Plön. Fladderlinten zijn zelf eenvoudig te maken door (rode) lappen stof of canvas te bevestigen aan draad dat tussen palen is gespannen. De linten moeten maximaal 50 cm uit elkaar hangen en op een hoogte van ongeveer één meter. Daarnaast moeten de linten vrij van de grond hangen zodat ze door de wind kunnen bewegen. De linten zijn zelf ongeveer 10 cm breed en 50 cm lang. Ook zijn er fladderlinten met stroom te koop die nog effectiever zijn.


Wat te doen bij schade door de wolf

Als er ondanks preventieve maatregelen toch nog schade door de wolf optreedt, kunt u een tegemoetkoming in de schade aanvragen via MijnFaunazaken van BIJ12. Meer informatie hierover leest u hier. BIJ12 hanteert speciale richtlijnen voor afhandeling van de schade. Deze vindt u hier.

Gebiedsgericht Preventie Veluwe
PDF – 3.2 MB 134 downloads